Van de hemel …

Weer een internetcafe, weer XP. We hebben nog op geen enkele verbinding kunnen controleren of de foto’s voor jullie wel te zien zijn maar ik begrijp uit de reacties dat het lukt. Mooi zo. Voor de volgende serie zullen jullie weer even geduld moeten hebben want ik ben bang dat deze computer ontploft als we het proberen.

De ochtend dat we naar het paradijs vertrokken, het voelt als een zondeval geleden, ontmoetten we Jorgen Raymann. Hij leek er op, hij lachtte precies zo en hij maakte flauwe grapjes. Dus het moet hem wel geweest zijn. Maar hij hield zich van het domme en vertelde ons dat hij een bouwvakker was. Zijn familie woonde drie maanden op het resort waar wij ook logeerden omdat hij met een project bezig was in Sablayan. Samen waren we de enige gasten. Het was best een aardig resort, leuke huisjes, maar zoals bijna alles in de Filipijnen was het allemaal slecht onderhouden. Iets repareren kunnen ze best maar zolang iets niet echt kapot is wordt er niets aan gedaan. Dat is nog wel leefbaar als het gaat om een rammelende deur, een sprietstralerige koude douche of een toilet dat niet doortrekt maar als het om zijspanbrommers of veerboten gaat wordt het ietwat eng.
Maar ik had het over Jorgen. Hij vond onze blanke snoetjes interessant en nodigde ons uit voor de koffie. Hij kwam uit San Jose maar hij had toen hij 18 was een leuke baan als gids rond Manila. Die baan miste hij soms en daarom vond hij het hartstikke leuk om even met toeristen te praten. Ze zijn deze regio flink aan het ontwikkelen, overal wegen aan het aanleggen en dat was mooi want dan had hij werk. In andere landen in de regio, zoals Laos of Vietnam, was oorlog geweest en daar was het slechter. In het zuiden van de Filipijnen zitten rebellen en daar is het ook slecht. Nee, oorlog was slecht. Begin nooit een oorlog. Daar kwam alles op neer. Dus bij dezen geef ik deze wijze les door. Dan hebben jullie er ook wat aan: begin geen oorlog.

Toen we dat in onze oren geknoopt hadden zijn we naar de hemel gegaan. De zijspan stond al te wachten (dat staan ze altijd want ze zijn overal) en de boot was al gebeld (Want de overbuurvrouw zag ons vertrekken en vroeg waar we heen gingen. We moesten naar Don-Don vragen. Familie enzo.) Don-Don zette ons vrolijk over het stukje zee tussen Sablayan en Pandan Eiland. We keken om ons heen en besloten dat we er moesten zijn. Nu maar hopen dat er een kamer vrij was.

Jawel.

Maar dat was dan wel de laatste.
Een hele mooie. Met een hangmat.

Het resort op Pandan Eiland is wat meer toeristisch met wat meer mensen dan op Tambaron Eiland. Maar die mensen zijn allemaal duiken op het prachtige Apo rif. Dat neem ik maar aan want wij zijn er niet geweest. We zijn namenlijk geen duikers. Maar we kunnen heus wel snorkelen. En er was een beetje koraal. Maar vooral zeeschildpadden. Jeetje, wat gaaf! We hebben met een heleboel zeeschildpadden gesnorkeld! Wat een prachtige beesten. Het is zo’n mooi gezicht zoals ze rustig zeegras grazen en dan opeens heel sierlijk naar de oppervlakte zwemmen voor een hapje lucht. En ik heb er een zien scheiten. Ik wed dat er niet veel mensen zijn die kunnen zeggen dat ze een zeeschildpad in het wild een keutel hebben zien draaien. Dat neemt niemand me meer af.

Er waren ook babyschildpadjes in een tank, er was een oerwoud, er was een oerwoudduizendpoot van 15cm. lang op onze veranda gekropen, er was een masseur en een massage, er waren vriendelijke mensen, er waren kokosnoten met rietjes, er was strand, er was de zon en er was een hangmat. Wat wil je nog meer? Waarom zou je ooit een oorlog beginnen als je dit kunt meemaken?

Het was allemaal niet erg duur maar goedkoop was het ook niet. Het water was niet erg lekker. Het eten was prima en de Zwitserse eigenaar was een grappig mannetje dat te veel dronk volgens zijn vrouw. Of er was in ieder geval een Filipijnse dame die hem flink op zijn kop gaf op het moment dat wij wilden vertrekken maar niet weg konden omdat onze paspoorten nog in de kluis lagen terwijl hij de combinatie wist maar zijn kater nog moest uitslapen.

Geen probleem. Don-Don kon nog wel even wachten. En toen hij ons terug naar Sablayan had gebracht heb ik hem mijn T-shirts gegeven omdat ik niet van plan was die weer mee terug te nemen. Even ruimte maken voor souvenirs.

Hoe we vanaf daar in de hel terecht kwamen en daarna weer naar de hemel opstegen vertel ik een andere keer want we moeten nu eten en hopen dat de plek waar we onze tassen zo lang gestald hebben nog open is.