… naar de hel …

Hier vanuit koud Osaka waar ik geen moer begrijp van alle apparaten is het wel een beetje onwerkelijk geworden om over de Filipijnen te schrijven omdat ik me absoluut niet kan voorstellen dat ik gister nog op stond met een temperatuur van 35 graden. Maar ik moet toch het verhaal volledig maken. Dus we spoelen even anderhalve week terug naar een tropisch eiland vlakbij de westkust van het Filipijnse eiland Mindoro. Wij hadden het in ons hoofd gehaald daar te vertrekken richting Cebu, het eiland waar Manila op ligt en waar wij uiteindelijk ook gister het vliegtuig vandaan hebben gepakt.

Dan begin je op een klein katamarang bootje zoals er daar veel zijn. Schipper Don-Don was superblij met de oude tshirts die ik hem doneerde. Toen kwam het zijspanmannetje, de langzame bus, de nog langzamere en roestigere veerboot, weer in de bus, een andere bus en uiteindelijk een jeepney (een imitatie amerikaanse legerjeep voor het vervoer van mensen). We rolden er uit op een plaats waarvan ik de naam kwijt ben maar die dicht bij de taal-vulkaan zou liggen. Als dichter moet je toch eens in de buurt van de Taal-vulkaan geweest zijn, nietwaar?

Maar na een reis van meer dan 12 uur hadden we wel wat anders aan ons hoofd. Want waar gaan we in godsnaam slapen? Geen nood! Vraag het de zijspanmannetjes! En zo kwam het dat we die nacht supergoedkoop op 10 meter van de afmeerplaats van de boot die ons over het kratermeer zou moeten brengen sliepen. Maar dat wisten we toen nog niet. Wat we ook nog niet wisten is dat we naast een hanenfarm sliepen. Want in de filipijnen is het hanenvechten een grote sport. Dan heb je plaatsen nodig waar je die beesten fokt. Ik hoef geloof ik niet uit te leggen dat we niet veel geslapen hebben daar. Hanen beginnen de dag al voor 4 uur.

Het bijzondere aan de Taal vulkaan is dat het in een kratermeer ligt met daarin een kratermeer met daarin een eilandje. Een eiland in de zee met een meer met een eiland met een meer met een eilandje er in. Wat dat precies over Taal in het algemeen zegt laat ik aan de filosofen onder ons over. Taal is toevallig ook de naam van een plaatsje in de buurt. Als attractie heeft de plaats wat stoompluimen te bieden. Geen spannende bubbels lava of wat dan ook. Maar voor de vorm heb ik er wel een dansje gedaan. Enfin, tijd om te vertrekken maar weer. En nu direct naar Banaue, de rijstvelden in het noorden.

Want wie dacht dat ik met de hel op de vulkaan doelde heeft het mis. De hel was de rit naar Manila en de nachtbus die er op volgde. Voor wie het nog niet wist: jawel, het vriest in de hel. Het was erg gezellig in de bus met onze nieuwe russische vrienden Olga en Valentijn maar slapen kun je er niet. Supervroeg in de ochtend werden we er als ijsklompjes uitgeschoven, totaal weerloos aan de mannetjes die ons ontbijtjes, hotelletjes, zijspannetjes of jeepneys aan wilden smeren.

Maar ze hebben ons op een kopje koffie na niets kunnen verkopen. Want wij hadden een plan. Een plan dat ons weer in een heel ander soort hemel zou brengen.